
1940 - 1945. De bombardementen.
Bommen op Enkhuizen. Enkhuizen is in de oorlog gebombardeerd door de geallieerden. Op zondag 6 oktober 1940 liet een tweemotorige Blenheim van de RAF in twee runs zijn zes bommen vallen om de haven van Enkhuizen en de schepen die daar lagen te treffen. Op donderdag 15 maart 1945 was Enkhuizen opnieuw het doelwit van geallieerde bommenwerpers. Enkele Typhoon jachtbommenwerpers kwamen in duikvlucht laag over de stad vliegen en lieten weer in de buurt van de haven hun bommen vallen.


Op zondag 6 oktober 1940 werd Enkhuizen gebombardeerd. Een tweemotorige Blenheim van de RAF liet in twee runs zijn zes bommen vallen om de haven van Enkhuizen en de schepen die daar lagen te treffen. Volgens de Enkhuizer Courant gaf hij eerst een mitrailleursalvo en had toen vanuit het zuiden terugkomend een aantal bommen geworpen. Boven het IJsselmeer was hij gekeerd om een tweede lading af te werpen, daarna was hij weggevlogen.


Het was de bedoeling om Castrop Rauxal, een industriestadje ten noorden van Dortmund te bombarderen, maar door het slechte weer kon dat niet. De bemanning had een alternatief doel opgekregen: de haven van Enkhuizen. Tijdens verkenningsvluchten een aantal dagen eerder waren daar vrachtschepen gezien. Volgens het RAF-rapport dat gemaakt werd, was het toestel op 800ft hoogte gebleven, zo’n 250 meter. Misschien dat door die hoogte het toestel zijn doelen miste, geen enkel schip werd geraakt. Wel kwamen bommen tussen de huizen terecht. Twee huizen lagen volledig in puin, andere huizen in de Oostertuinstraat, de Cromhoutstraat en het havengebied waren zwaar beschadigd, pannen waren van de daken geblazen, alle ruiten waren versplinterd en heel veel interieurs waren vernield. Veel erger was natuurlijk dat er naast een tiental gewonden ook een dodelijk slachtoffer te betreuren viel.


Op donderdag 15 maart 1945 was Enkhuizen opnieuw het doelwit van geallieerde bommenwerpers. Enkele Typhoon jachtbommenwerpers kwamen in duikvlucht laag over de stad vliegen en lieten weer in de buurt van de haven hun bommen vallen. Waarschijnlijk was de aanval niet gepland. De geallieerde luchtmacht was in die dagen absoluut superieur aan de restanten van de Luftwaffe. De piloten hadden de opdracht op alles te schieten wat ze strategisch van waarde leek.
De gevolgen van het bombardement waren verschrikkelijk. Veel mensen waren buiten om van het eerste voorjaarszonnetje te genieten en omdat het mooi weer was, speelden er ook veel kinderen buiten op straat. Er waren 23 doden te betreuren, waaronder drie kinderen van vier jaar. Een monument met de namen van de slachtoffers staat vlak bij deze zuil op het Landje van Top. Bij een laatste controle van dit monument ontdekte men dat een slachtoffer niet was vermeld. Er waren dus 24 slachtoffers gevallen.


De materiele schade was groot. Bijna alle huizen in de Havenweg, Brugstraat en Paktuinen waren zwaar beschadigd. In veel gevallen waren zelfs de schoorstenen naar beneden gekomen. De Drommedarisbrug was bijna helemaal verdwenen en de Drommedaris zelf kreeg tal van inslagen. Deze keer werd de scheepswerf wel geraakt, van de timmermanswerkplaats was niet veel meer over.